Handopfok en speenleeftijd

Veel mensen willen bij aanschaf van een papegaai een jonge vogel kopen. Van oudsher werd gezegd dat het gemakkelijker was om een vogel tam te krijgen wanneer deze met de hand werd opgefokt, in plaats van door de ouders. Veel vogels werden – en worden nog steeds – op een leeftijd van 4-6 weken verkocht en door de nieuwe eigenaren met de hand opgefokt. Deze handopfok kan echter een groot aantal problemen met zich meebrengen.

Bij de handopfok kunnen problemen voorkomen ten gevolge van een verkeerde voeding. Wanneer te warme pap gegeven wordt, kunnen kropverbrandingen ontstaan. Het geven van te koude pap daarentegen, kan leiden tot een vertraagde kroplediging. Dit kan vervolgens leiden tot gisting en verzuring van de krop. Ook wanneer pap van een te dikke consistentie gegeven wordt, kan dit soort problemen gezien worden. Tot slot is het voor veel eigenaren vaak lastig om te bepalen hoe groot de hoeveelheden moeten zijn die gegeven dienen te worden. Hierdoor kunnen ook problemen met de groei ontstaan.

Daarnaast kunnen als gevolg van handopfok ook diverse problemen ontstaan op latere leeftijd. Het verschil in gedrag tussen grijze roodstaarten die door de ouders zijn opgevoed of die met de hand zijn grootgebracht, is uitgebreid onderzocht door de Zwitserse dierenarts Schmid. Zij heeft daarbij een duidelijk verband gevonden tussen het optreden van gedragsproblemen en de methode van opvoeding als jong. Gedragsproblemen die vaak gezien worden, zijn o.a. verenplukken, overmatig seksueel gedrag, bijten, schreeuwen of overdreven angstig bij de vogel.

Het advies is daarom om een vogel pas aan te schaffen wanneer de vogel ‘gespeend’ is. Dit betekent dat de vogel in staat is om zelfstandig (hard) voer op te nemen. De leeftijd waarop dit proces plaatsvindt, is verschillend per papegaaiensoort maar ligt globaal boven de 12 weken. Parkieten eten vaak al voor deze leeftijd zelfstandig. Bij sommige arasoorten ligt de leeftijd boven de 5 maanden.