Papegaaienziekte

Papegaaienziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Chlamydophila psittaci en vormt een ernstig risico voor mensen die in contact komen met papegaaien (maar ook met andere vogels) die mogelijk besmet zouden kunnen zijn door andere vogels uit dierenwinkels of op tentoonstellingen. Bij aankoop van een papegaai is het aan te bevelen deze te laten onderzoeken op deze ziekte.

Waardoor wordt papegaaienziekte veroorzaakt?

Papegaaienziekte wordt veroorzaakt door Chlamydophila psittaci. Dit is een bacterie, die zich voornamelijk ophoudt in de cellen van zijn gastheer. De naam papegaaienziekte suggereert dat de ziekte alleen besmettelijk is voor papegaaien en papegaaiachtigen, maar niets is minder waar! Papegaaienziekte kan namelijk ook voorkomen bij zeer veel andere vogelsoorten (zoals duiven, hoenderachtigen en zangvogels) en daarnaast ook ziekte veroorzaken bij diverse zoogdieren, waaronder mensen. Andere benamingen die ook wel worden gebruikt, zijn psittacose, ornithose of chlamydiose.

Hoe wordt papegaaienziekte overgedragen?

Vogels die besmet zijn met de bacterie, zullen deze uitscheiden via diverse lichaamsvloeistoffen zoals de ontlasting, speeksel en oogvocht. Overdracht van de bacterie op andere vogels of mensen kan plaatsvinden door direct contact met de besmette vogel, maar ook door indirect contact met besmette materialen. Wanneer de ontlasting is ingedroogd, zal deze uiteenvallen in kleinere deeltjes, die via de lucht verspreid kunnen worden. Het inademen van zulke deeltjes kan vervolgens leiden tot ziekte.

De uitscheiding vindt niet alleen plaats door zieke vogels, maar ook ogenschijnlijk gezonde vogels kunnen besmet zijn met de bacterie (zogenoemde dragers). In geval van stress kunnen deze vogels de bacterie gaan uitscheiden en zo zorgen voor verspreiding van de ziekte.

Welke verschijnselen vertonen vogels die besmet zijn met papegaaienziekte?

Wanneer een vogel contact heeft gehad met andere besmette vogels duurt het gemiddeld 6 weken voordat de eerste ziekteverschijnselen zich openbaren. Deze kunnen zeer gevarieerd zijn. Verschijnselen die gezien kunnen worden, zijn niezen, neusuitvloeiing, ooguitvloeiing, benauwdheid, stoppen met eten, bolzitten en diarree. Het meest opvallende symptoom dat gezien kan worden, is het verkleuren van de witte vlag (uraten) van de ontlasting. Deze kan groen tot geel verkleurd zijn.

Wanneer u één van deze verschijnselen opmerkt, is het aan te raden om DIRECT contact op te nemen met uw dierenarts voor verder onderzoek.

Hoe kan vastgesteld worden of een vogel besmet is met papegaaienziekte?

Voor het vaststellen van een infectie met Chlamydophila psittaci zijn diverse testen beschikbaar. Over het algemeen wordt bij deze testen materiaal verzameld door middel van een uitstrijkje van de oogslijmvliezen, mondholte en cloaca. Daarna wordt vastgesteld of de bacterie aanwezig is in deze monsters.

Ook voor gezonde vogels, die recentelijk contact hebben gehad met andere vogels, is het aanbevolen deze te laten testen op papegaaienziekte.

Is papegaaienziekte te behandelen?

Ja, papegaaienziekte is goed te behandelen, mits de diagnose tijdig gesteld wordt. De behandeling bestaat over het algemeen uit een antibioticakuur, die meestal per injectie of via de bek wordt gegeven. Voor deze behandeling kunt u terecht bij uw dierenarts.

Wat zijn de risico’s voor mijzelf en andere vogels?

Omdat papegaaienziekte zeer besmettelijk is, kan de ziekte makkelijk worden overgedragen op andere vogels en op mensen. Het is daarom ook altijd belangrijk dat een zieke vogel in quarantaine geplaatst wordt, en gescheiden gehouden wordt van de overige vogels.
Het blijkt echter dat vogels – na besmetting – al binnen enkele dagen de bacterie kunnen gaan uitscheiden, terwijl ziekte pas optreedt na een aantal weken. Contact met dergelijke vogels kan daarom zeer risicovol zijn, en leidt bij mensen vaak al binnen 10 dagen na contact tot ernstige griepklachten (koorts, rillen) en longontsteking.
Wanneer u deze ziekteverschijnselen heeft en recentelijk contact heeft gehad met een papegaai(achtige), is het raadzaam om contact op te nemen met uw huisarts, die u verder kan informeren over diagnostiek en behandeling.