PBFD

Snavel- en veerrot ziekte

Wat veroorzaakt snavel- en veerrot ziekte?

Snavel- en veerrot ziekte is een besmettelijke aandoening die wordt veroorzaakt door een zeer klein virus, het circovirus. De ziekte, die in de volksmond het meest bekend staat als snavel- en veerrot ziekte, wordt ook wel aangeduid met PBFD, ofwel psittacine beak and feather disease.


Hoe wordt snavel- en veerrot ziekte overgedragen?

Het circovirus is een zeer resistent virus. Dat wil zeggen dat het virus makkelijk buiten de gastheer kan overleven gedurende langere tijd en vaak moeilijk te doden is met desinfectiemiddelen. Het virus wordt uitgescheiden via het veerstof en kan – via direct contact met besmette vogels of besmette materialen – worden overgedragen op andere vogels.

In principe zijn alle papegaaien en papegaaiachtigen gevoelig voor deze virusinfectie, maar ziekteverschijnselen worden met name gezien bij jongere individuen (onder de drie jaar).


Welke verschijnselen vertonen vogels die besmet zijn met snavel- en veerrot ziekte?

Ziekteverschijnselen kunnen over het algemeen gezien worden vanaf drie weken na besmetting. De vogels die besmet zijn met snavel- en veerrot ziekte, kunnen een acute of chronische vorm van de ziekte laten zien.

De acute vorm van de ziekte komt voornamelijk voor bij grijze roodstaarten onder de leeftijd van 6 maanden, maar ook bij de zgn. Poicephalus-soorten (zoals het bonte boertje) en kaketoes komt deze vorm voor. Het ziekteverloop, zoals dat in de acute vorm wordt gezien, vertoont zeer sterke gelijkenis met het ziekteverloop van AIDS bij mensen. Doordat het virus de weerstand van de vogel aantast, worden de vogels veel gevoeliger voor infecties met andere ziekteverwekkers, waardoor een verscheidenheid aan problemen gezien kan worden, zoals sloomheid, verminderde eetlust, bolzitten, braken, diarree, benauwdheid, etc.

Bij de meer chronische vorm worden de klassieke snavel- en veerafwijkingen gezien. Het virus nestelt zich in de huid en veerfollikels. De donsveertjes worden als eerste aangetast, waardoor de hoeveelheid poederdons die gemaakt wordt, sterk afneemt. Hierdoor kan een glanzende, gitzwarte snavel gezien worden, in plaats van de ‘normale’ doffe, grijze snavel. Vervolgens worden de dekveren afwijkend, gevolgd door de slag-, broek- en staartpennen. De afwijkingen die gezien worden, kunnen bestaan uit het uitvallen en afwezig blijven van nieuwe pennen, aanwezigheid van bloedpennen, of veren van een afwijkende vorm.

Als laatste kunnen ook afwijkingen aan de snavel gezien worden, waarbij de snavel een meer geribbeld uiterlijk krijgt, en ten slotte kan afbrokkelen of afbreken.


Hoe kan vastgesteld worden of een vogel besmet is met snavel- en veerrot ziekte?

Voor het vaststellen van een infectie met snavel- en veerrot ziekte wordt over het algemeen gebruik gemaakt van een test waarbij de aanwezigheid van de ziektekiem wordt aangetoond. Voor deze test wordt over het algemeen bloed of materiaal uit een veerfollikel gebruikt.

Wanneer u een jonge papegaai heeft gekocht, is het zeer verstandig om de vogel binnen 3 dagen na aanschaf te laten testen op dragerschap van het virus. Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij uw dierenarts.


Is snavel- en veerrot ziekte te behandelen?

Helaas is op dit moment nog geen effectieve behandeling beschikbaar om deze ziekte te bestrijden. De vogels met klinische verschijnselen kunnen soms tijdelijk ondersteund worden met medicijnen om andere infecties te bestrijden, maar uiteindelijk blijkt vaak euthanasie de enige oplossing. Een uitzondering hierop zijn de lorie-achtigen, die vaak besmet zijn met een andere variant van het virus en die de ziekte vaak wel overleven.

Indien een vogel positief getest wordt op snavel- en veerrot ziekte, maar geen klinische verschijnselen vertoont, kan het zijn dat de vogel een actieve infectie doormaakt. In een aantal gevallen blijkt de vogel in staat om de infectie te overwinnen. Het valt daarom te overwegen om de vogel in quarantaine te houden en na 3 maanden te hertesten, mits de vogel in de tussentijd geen ziekte heeft ontwikkeld. Indien de vogel na deze periode negatief wordt bevonden, is de infectie succesvol bestreden. Wanneer de vogel echter na 3 maanden opnieuw positief bevonden wordt, moet aangenomen worden dat deze permanent geïnfecteerd is (drager) en een grote kans bestaat dat deze op korte of langere termijn ziekteverschijnselen gaat ontwikkelen.