Polyomavirus

Wat veroorzaakt polyomavirus?

Polyomavirus infecties komen – net als snavel- en veerrot ziekte – met name voor bij jongere papegaaien en papegaaiachtigen. Andere vogelsoorten (zoals vinken) zijn echter ook gevoelig voor de infectie. De infectie staat bij grasparkieten ook wel bekend als BFD (budgerigar fledgling disease). De ziekteverschijnselen bij grasparkieten zijn duidelijk anders dan die bij de grotere papegaaiensoorten.


Hoe wordt het polyomavirus overgedragen?

Het polyomavirus kan worden uitgescheiden met de ontlasting en door direct contact of contact met besmette materialen worden overgedragen. Daarnaast wordt ook wel genoemd dat het virus wordt uitgescheiden in de veerfollikels. Dit zou inhouden dat ook via inademing of opname van veerstof een vogel kan worden besmet. Dit laatste is vooral bij de grasparkieten het geval. Tot slot wordt ook wel genoemd dat het virus overgedragen kan worden van ouder(s) op de jongen.

Ook niet-zieke dieren kunnen het virus uitscheiden, en worden zogenaamde ‘dragers’ genoemd. Deze vogels kunnen potentieel een risico voor besmetting van het gehele koppel betekenen.


Welke verschijnselen vertonen vogels die besmet zijn met polyomavirus?

Wanneer de grotere papegaaiensoorten besmet zijn met het polyomavirus, kunnen ze binnen enkele weken na besmetting ernstige ziekteverschijnselen ontwikkelen. Deze kunnen bestaan uit braken, diarree, stoppen met eten, onderhuidse bloedingen en het ontwikkelen van een dikke buik, gevuld met vocht. Vaak sterven de vogels binnen één of enkele dagen, soms zelfs zonder ziekteverschijnselen te hebben getoond.

Bij grasparkieten komt verder een meer chronische vorm voor. Hierbij worden de donsveren, maar ook de contourveren (slag-, broek- en staartpennen) aangetast. Het gevolg hiervan is dat de pas gespeende vogels niet meer kunnen vliegen. Dit is ook de reden dat de ziekte bij grasparkieten ook wel ‘kruipersziekte’ genoemd wordt.

Polyomavirus wordt ook wel in verband gebracht met veerafwijkingen bij agaporniden, waarbij zich meerdere veertjes uit één follikeltje ontwikkelen (zgn. polyfolliculitis).
 

Hoe kan vastgesteld worden of een vogel het polyomavirus draagt?

Voor het vaststellen van het polyomavirus wordt over het algemeen gebruik gemaakt van een test waarbij de aanwezigheid van de ziektekiem wordt aangetoond. Voor deze test wordt een uitstrijkje van de cloaca gebruikt.

Wanneer u een jonge papegaai heeft gekocht, is het zeer verstandig om de vogel binnen 3 dagen na aanschaf te laten testen op dragerschap van het virus. Voor meer informatie hierover kunt u terecht bij uw dierenarts.


Is een infectie met polyomavirus te behandelen?

Infecties met polyomavirus zijn helaas niet te behandelen. Als de vogel klinische klachten vertoont, kan hooguit een ondersteunende therapie gegeven worden. In een groot aantal gevallen blijkt de vogel desondanks te overlijden.